Debatteren

Debat
Mensen krijgen steeds meer belangstelling voor de kunst van debatteren. Met debatteren kun je leren argumenten beter, helderder en overtuigender over te brengen. Het gaat voor een belangrijk deel om de vorm, maar ook de inhoud telt.
Zoals Cicero eens zei: “Het gaat niet om het aantal argumenten, maar de kracht ervan.”

Elk jaar organiseert de Lions Club Alm en Donge het 'Oosterhouts Jongeren Debat Toernooi'. De afgelopen jaren vormden teams van het Sint-Oelbergymnasium en van het Mgr. Frencken College de kern van dit toernooi. Enkele teams van niet-leerlingen (‘prominententeams’) vormden de overige deelnemers. Bij 'Spelregels in het kort' (zie beneden) vind je de spelregels van het debatteren, zoals die op het toernooi werden gehanteerd. Bij ‘Debatvaardigheden’ vind je aandachtspunten die je kunnen helpen bij het debatteren.

Onze winnaars 2011-2012

Maar eerst enkele mooie citaten die slaan op de kern van een betoog: argumenteren en overtuigen.

“Few men think, yet all will have opinions”
George Berkeley, Irish bishop and empirical philosopher (1685-1753)

“If you can’t stand the heat, get out of the kitchen”
Harry S. Truman, American 33rd President of the United States (1884-1972)

“If you can’t convince them, confuse them”
Harry S. Truman, American 33rd President of the United States (1884-1972)

Spelregels in het kort
Elementen van het debat:

  • Twee teams van minimaal drie personen
  • Een stelling
  • Voor- en tegenstanders
  • Vier fasen in het debat met interrupties
  • Drie juryleden
  • Winnaars en verliezers

De teams:

  • Elk team bestaat uit drie leden, die elk een fase in het debat voor hun rekening nemen.
  • Tijdens de spreekbeurt van een teamlid mogen de andere leden met behulp van notities ondersteuning geven.

De stelling:

  • Een stelling kan een beleidsstelling ('mobiele telefonie moet gratis worden') of een waardestelling ('liever bier dan breezer') zijn.
  • De stelling wordt circa 10 minuten voor het debat bekendgemaakt.

Voor- en tegenstanders:

  • 10 minuten voor het debat wordt ook bekendgemaakt welk team voor- of tegenstander van de stelling is.
  • De voorstanders mogen de stelling nader definiëren en mogen het debat beginnen én besluiten.
  • De tegenstanders hebben de plicht om tegen de stelling in te gaan.

Vier fasen in het debat:

  • 1e fase: Voorbereiding 10 minuten
  • 2e fase: Opzetbeurt 3 minuten per spreker
  • 3e fase: Verweerbeurt 3 minuten per spreker
  • 4e fase: Conclusie 2 minuten per spreker

De opzetbeurt:

  • De eerste sprekers van de teams krijgen de gelegenheid hoofdargumenten voor of tegen de stelling naar voren te brengen.
  • Er mag door de tegenstander direct gereageerd worden (geïnterrumpeerd) op de argumenten van de voorstander.

De verweerbeurt:

  • De tweede spreker van elk team krijgt de gelegenheid te reageren op de argumenten van het andere team en de eigen argumenten kracht bij te zetten.
  • In deze fase kan het debat door interrupties aan waarde winnen

De conclusie:

  • In deze fase geeft de derde spreker van beide teams een samenvatting van het debat en geeft aan waarom het debat in hun voordeel beslist moet worden.
  • Tijdens de conclusie mag niet meer geïnterrumpeerd worden


Interrupties:

  • Een interruptie duurt maximaal 15 seconden en gaat van de spreektijd van de geïnterrumpeerde af.
  • Een interruptie kan een vraag, opmerking, correctie of een punt van orde zijn.
  • Wie wil interrumperen gaat staan legt zijn hand op het hoofd en wacht op toestemming van de spreker.
  • Interrupties mogen geweigerd worden.

De jury:

  • De jury bestaat uit drie leden.
  • De jury beoordeelt de sprekers met behulp van een checklist en een juryformulier. Elk jurylid kiest een winnaar.
  • Het team met de meeste juryleden achter zich wint het debat.

Debatvaardigheden
Korte tips:

  • Wat gezegd wordt is belangrijker dan wie het zegt
  • Elke mening geldt totdat hij is weerlegd
  • Een argument telt als het onderbouwd is
  • Humor en retoriek zijn uitdrukkelijk toegestaan.

Tien debatvaardigheden:

  1. Onderscheid overwinnen (vanuit ik) en verleiden (vanuit de ander).
Het pure overwinnen (‘convincere’) is een vrij agressieve stijl van debatteren. Hierbij kijkt de spreker uitsluitend naar zichzelf, en noemt vanuit dat standpunt veel argumenten. De spreker presenteert de wereld als zwart-wit. De uitdrukking ‘dat ziet u helemaal verkeerd meneer’ zul je vaak horen. Deze stijl werkt effectief om twijfelaars over de streep te trekken, maar zeker bij overtuigen vaak niet.
    Effectiever is vaak ‘verleiden’ (‘persuadere’). In plaats van met veel argumenten te komen, zet je hoog in op begrip en bescheidenheid. Hoe maak je van zijn ‘nee’ een ‘ja’? Je leeft je in in het standpunt van je opponent. Juist door je zacht op te stellen wek je de indruk de redelijkheid zelve te zijn, en met weinig argumenten en goede weerlegging van de argumenten van je tegenstander (niet persoonlijk!) overtuig je de tegenstander echt.
  2. Geef een korte definitie van de belangrijkste begrippen.
    Dit geldt vooral voor de voorstanders. Als zij het niet doen, moeten de tegenstanders natuurlijk hun kans grijpen. Definiëren geeft je de mogelijkheid om duidelijk te maken wát je precies verdedigt (en wat de tegenstander betwist). Gaat de stelling bijvoorbeeld over de gezondheid van kinderen, dan kan de voorstander aangeven of het over de lichamelijke, geestelijke of maatschappelijke gezondheid gaat. Dit kan het hele debat beïnvloeden.
  3. Structureer argumenten (tussen argumenten en in de argumenten)
    Structuur verschaft duidelijkheid en helderheid. Dat is prettig als spreker, opponent, publiek maar zeker ook jury. Structuur aangeven is goed, nog beter is natuurlijk als je dat niet nodig hebt en van jezelf al heel helder bent.
  4. Versterk argumenten met voorbeelden, metaforen, feiten, cijfers en autoriteiten.
    Voorbeelden geven duidelijk aan wat je bedoelt, en zorgen ervoor dat mensen zich in je argumenten kunnen verplaatsen (of niet natuurlijk). Dit geldt eveneens voor metaforen. Feiten, cijfers en autoriteiten kunnen je zaak ‘hard maken.’ Maar te veel steunen op bijvoorbeeld één bepaalde publicatie is ook niet sterk.
  5. Bereid je voor op kritische reacties.
    Vanzelfsprekend kun je die verwachten bij een debat waarin je tegenstanders hebt. Deze zullen vaak alles doen om je onderuit te halen. Wees dus niet uit het veld geslagen bij een beetje tegenstand, maar grijp elke tegenstand aan om je eigen zaak sterker te maken.
  6. Maak een keuze bij het weerleggen van tegenargumenten.
    Wanneer je alles weerlegt kunnen er verschillende dingen gebeuren. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat jijzelf (en de jury) door de bomen het bos niet meer ziet. Ook kun je zo opgaan in het weerleggen van alle argumenten, dat je geen enkel argument goed weerlegt. Een andere reden om niet alle argumenten te weerleggen zit in het feit dat je geen goede weerlegging hebt voor bepaalde dingen. In plaats van je klem te praten in een poging het argument te weerleggen, kun je het beter niet noemen (of accepteren) en de rest keihard onderuithalen.
  7. Pas op voor debattrucs en drogredenen:
    Negeer persoonlijke aanvallen óf geef lik-op-stuk. Er half op ingaan geeft blijk van weinig zelfvertrouwen, en kost tijd. Bij negeren geef je als het ware aan, de aanval niet een antwoord waardig te achten, en bij lik-op-stuk is het gevolg duidelijk.
    Wie stelt moet bewijzen: vraag door naar argumenten. Veel drogredenen klinken goed, maar als je naar concrete argumenten of voorbeelden vraagt, spatten ze uiteen als een zeepbel tegen een dakrand.
    Herhaal rustig je standpunt, als je verkeerd wordt geïnterpreteerd. Wanneer je dat doet is het meteen duidelijk dat je tegenstander de fout maakt, en niet jij.
  8. Zoek gemeenschappelijke uitgangspunten, argumenten en belangen.
    Als je overeenkomsten vindt, en die gelden voor jouw kant, dan moeten ze ook gelden voor de kant van je tegenstander. Iets gemeenschappelijks hebben is een goede stap richting overhalen naar ‘jouw kant.’
  9. Luister actief, vat steeds samen en stel veel vragen.
    Zorg dat je weet wat je tegenstander heeft gezegd; daar fouten in maken komt slecht over. Vragen geven interesse aan, maar het geeft je ook de kans om fouten in het betoog van je tegenstander aan te wijzen en hem/haar af te leiden.
  10. Spreek iedereen aan en respecteer de emoties.
    Door mensen aan te spreken maak je het debat concreet en duidelijk. Respect is erg belangrijk bij debatteren. Niet alleen is het niet prettig spreken als je niet gerespecteerd wordt; respectloosheid maakt ook een slechte indruk op iedereen (inclusief de jury).