Algemene natuurwetenschappen

Wat is ANW?
ANW is bedoeld als een mengsel van allerlei vakken. De onderwerpen die behandeld worden hebben raakvlakken met alle natuurwetenschappen, zoals wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie. Maar bijvoorbeeld ook met aardrijkskunde, techniek, geschiedenis en filosofie. Het is de bedoeling dat leerlingen zien hoe wetenschappers aan hun kennis komen, dat ze ontdekken hoe die kennis gebruikt wordt, of kan worden. Maar ook of dat allemaal wel mag (van jou). En hoe weet je of het klopt wat ze beweren? We kiezen hierbij ervoor om de zoetsappige roze bril van andere methodes niet te volgen. Wat anderen zeggen over de ideale wereld is niet zo belangrijk, wat de maatschappij vindt ook niet. Wat is jouw ideale wereld, beargumenteer waarom, en wat moet je in welke situatie dus doen.

Geen boek?
Op onze school hebben we ons voorgenomen er in ieder geval voor te zorgen dat het vak een wezenlijke bijdrage zal leveren aan de ontwikkeling van onze leerlingen. Het ANW-boek met de meeste diepgang, inhoud en variatie werd dan ook gezocht. Na enkele jaren bleek echter dat alle boeken nogal oppervlakkig waren, veel geld kostten, en de leerlingen alleen maar meer kilo’s met zich mee lieten sleuren, terwijl het ons juist om geestelijke bagage ging. We hebben dus bewust gekozen om geen boek te volgen. Film en internet sluiten beter aan bij de huidige generatie leerlingen. Bovendien dwingt het loslaten van een boek ons scherp en up-to-date te blijven.

Het vak bevat twee duidelijke leerlijnen:
Aan de ene kant de theorie, waarbij aan de hand van films van National Geographic Channel of Discovery e.d. de meest recente gebeurtenissen binnen de verplichte onderwerpen besproken kunnen worden. De hoofdpunten moeten de leerlingen dan zelf verder uitzoeken met behulp van, onder andere, de Engelse Wikipedia (tot op hoog niveau foutloos) om zo hun eigen samenvatting voor de toetsen samen te stellen (domein A). Uiteraard kunnen de leerlingen op elk gewenst moment e-mailen met de docent om vragen te stellen, en om hun samenvatting (toetsstof) op bruikbaarheid te laten controleren.
We beginnen daarom met het fileren van 'An inconveniënt truth' of een ander klimaat-docudrama waar ze het met de waarheid niet zo nauw nemen (keuze genoeg). Daarmee wordt ook meteen 'biosfeer' afgedekt (domein D). Voor leerlingen is het een schok, dat je een Nobelprijs kunt winnen op basis van gejok.
We hebben gemerkt dat leerlingen erg geïnteresseerd zijn in evolutie. Vooral als het over dinosaurussen gaat. Het leven (domein C) komt voor een deel hier aan bod. Hierbij kan ook de ontwikkeling van de kennis goed ter sprake komen. Vooral de fouten die in vroegere reconstructies gemaakt werden, geven een duidelijk beeld.
We eindigen met het heelal, van mogelijk begin tot mogelijke eindes (domein F). De reden dat leerlingen hierin geïnteresseerd zijn, is voornamelijk het bestaan van buitenaards leven. Dit komt dus in 'Alien Planet' (of 'Alien Safari' of zo’n soort documentaire) uitgebreid aan bod. We blijven daarbij kritisch (kan dit echt), maar constructief (hoe kan het wel) en open (wat denken jullie ervan?).

Aan de andere kant is het zelf onderzoek doen ook een belangrijk onderdeel van ANW (Domein A). De leerlingen moeten ze m.b.v. internet moeilijke problemen oplossen (Hoe voer je lineaire regressie/DOE uit op je rekenmachine en/of computer). Onderzoeksvaardigheden worden expliciet benoemd en getoetst, evenals het volgen van PDCA cirkels in een ontwerpproces. Gebruik van reken- en taalvaardigheden wordt getoetst.
We hebben daarbij een voorkeur voor onderzoek wat nog niet eerder gedaan is en waarvan leerlingen de uitkomst nog niet weten of kunnen googelen. Deze praktische kant is verdeeld in 5 praktische opdrachten (PO’s) die de leerlingen in groepjes thuis maken. De bedoeling hierbij is samenwerking en zelfstandigheid te bevorderen, terwijl de leerlingen bij elk PO meer leren over het goed uitvoeren van natuurwetenschappelijk onderzoek, en de bijbehorende verslagschrijving. Dat onderzoek doen we eerst volgens CP, maar gaan dan via een stukje SPC, naar lineaire regressie, naar non- lineaire regressie, naar DOE. Daarnaast wordt hierbij het kritisch en eerlijk naar data kijken en goed nadenken over het uitgevoerde onderzoek zwaar beoordeeld (domein B). Inhoudelijk wordt het niveau dus ook steeds hoger, waarbij het 4e PO verder gaat dan de examennorm voor natuurwetenschappelijk onderzoek, door een programma te gebruiken wat al wel door het bedrijfsleven gebruikt wordt, maar de universiteiten, en zeker de middelbare scholen nog nauwelijks bereikt heeft. Het eind-PO is dan een geheel zelfstandig onderzoek, waarbij al het voorgaande in de praktijk gebracht wordt. Let wel, de leerlingen worden te allen tijde gestimuleerd om (doordachte) vragen te stellen, en - door het uitgebreide commentaar op voorgaande PO’s - hun eigen kunnen steeds verder te verbeteren.