Scheikunde

Waarom scheikunde?
Scheikunde is overal! Dit klinkt een beetje afgezaagd, maar helaas, het is wel waar. Vele van de belangrijke zaken in jouw leven gebeuren dankzij scheikunde. Hierbij kun je denken aan het omzetten van suiker in je lichaam, je baco in het weekend, de penicilline die je van de dokter krijgt, etc. Dit is allemaal scheikunde of met behulp van scheikundigen gemaakt. In de batterij van je iPod spelen zich dezelfde elektrochemische reacties af die optreden wanneer je je oma of opa op een stukje aluminiumfolie laat kauwen (wel eerst ff je rapportgeld incasseren!).

Omdat scheikunde zoveel in je omgeving voorkomt, is het natuurlijk goed er zoveel mogelijk over te weten te komen.

Hoe pakken we het hier op school aan?
We beginnen met twee uur per week scheikunde in klas 3. Je krijgt een mix (bijna 1 op 1) van theorie en praktijk, waardoor je een goed beeld kunt krijgen van scheikunde en van hetgeen wij in klas 4 en verder van je vragen. Op deze manier kun je zelf goed zien of scheikunde jouw vak wel is. In klas 3 moet je kiezen of je bèta wil worden of niet. Scheikunde behoort tot de bètavakken.

In klas 4 t/m 6 wordt scheikunde steeds een stapje moeilijker. Deeltjes worden kleiner. Ook wordt het moeilijker het gedrag van die deeltjes voor te stellen. De oplopende moeilijkheidsgraad kun je ook zien aan het aantal uren, dat we aan scheikunde per week besteden: 2 uur in klas 4, 3 uur in klas 5 en 3 uur in klas 6. In elk leerjaar blijf je practica doen, want theoretische kennis is niet veel waard zonder een praktische toepassing.

In klas 3 t/m 5 gebruiken we een eigen methode. Hierbij heb je geen klassiek boek, maar heb je op google docs een afgesloten plaats waar je theorie (een virtueel boek), fimpjes over de theorie, opgaven en filmpjes met de uitwerkingen van die opgaven kunt vinden. Ook hebben we een eigen site in google sites waarin alle informatie nog eens anders (netter) gerangschikt is.

In klas 6 word je voorbereid op het eindexamen. Daarnaast laat je door zelf bier te brouwen en te analyseren zien dat je de kennis van klas 3 tot en met 6 om kunt zetten in een praktisch onderzoek.