Studium Generale

Het vak Studium Generale wordt in de vierde klas aangeboden als een introductie op het vak filosofie dat leerlingen in de vijfde en zesde klas als examenvak kunnen kiezen. We onderzoeken in de les onze emoties en we bestuderen daarbij de bundel ‘Denkbewegingen’ van Mariëtte Willemsen. Dit boek benadert emoties vanuit filosofisch oogpunt. Verschillende vragen komen daarbij aan bod: Hoe belangrijk zijn emoties? Zijn emoties aangeboren of aangeleerd? Bestaan er universele emoties? Hoe kunnen we emoties inzetten om iets van iemand gedaan te krijgen? Zijn emoties altijd oprecht of kun je ze veinzen? Aan de hand van tekstfragmenten uit het werk van grote filosofen als Plato, Spinoza, Descartes, Nietzsche en Nussbaum concentreren we ons ten slotte op vijf emoties: hoop, angst, medelijden, trots en woede. Leerlingen houden een virtueel interview met een beroemde filosoof en werken in groepjes aan een tijdschrift waarin één emotie centraal staat.

Voor het vak Studium Generale hebben we voor de leerlingen twaalf doelstellingen ontwikkeld.

  1. Je hebt inzicht verworven in de kenmerken van een filosofische benadering van een bepaald onderwerp.
  2. Je hebt je verdiept in één filosoof die je zelf hebt uitgekozen. Je hebt kennisgemaakt met de hoofdpunten van zijn denken en deze op een originele manier vertaald in een denkbeeldig interview.
  3. Je hebt nagedacht over de bron van jouw emoties aan de hand van de theoretische inzichten die het boek aanreikt. Je kunt nu ten opzichte van jouw emoties verschillende standpunten innemen: cognitivistisch of fysiologisch, nature of nurture.
  4. Je hebt nagedacht over de indeling van de oneindige hoeveelheid emoties in basis-emoties en afgeleide emoties en je kunt daarbij de indelingen van Descartes en Spinoza onderscheiden.
  5. Je hebt inzicht verworven in de basisinzichten van de retorica van Quintilianus. Je kunt deze inzichten ook onderscheiden in hedendaagse redevoeringen.
  6. Je hebt Plato’s kritiek op de retorica toegepast op je eigen prille redenaarskunsten.
  7. Je hebt nagedacht over het verschil tussen hoop en angst en de verwoording van deze twee aan elkaar tegengestelde emoties door politici.
  8. Je hebt nagedacht over de bron van je eigen angsten aan de hand van het onderscheid dat in het existentialisme wordt gemaakt tussen vrees en angst.
  9. Je hebt nagedacht over het vermogen van film en literatuur om bij ons emoties op te roepen. Je hebt daarbij opnieuw nagedacht over jouw positieve en/of negatieve waardering van het fenomeen emo-cultuur.
  10. Je hebt jouw eigen gevoel van medelijden onderzocht vanuit de verschillende standpunten van voor- en tegenstanders van deze emotie.
  11. Je hebt jouw eigen gevoel van trots onderzocht vanuit de verschillende standpunten van voor- en tegenstanders van deze emotie.
  12. Je hebt jouw eigen gevoel van woede onderzocht vanuit de verschillende standpunten van voor- en tegenstanders van deze emotie.