Wiskunde

Wiskunde is een prachtig vak! Mensen zeggen vaak dat het lijkt op een puzzel oplossen; bij elke opgave is het weer spannend of het is gelukt of niet.

Je leert bij wiskunde om lastige problemen op een gestructureerde manier op te lossen. Je hebt daar ook bij andere vakken wat aan. Wiskunde hoort er op elke middelbare school bij, omdat het bij bijna elke vervolgopleiding belangrijk is. Op het Oelbert zul je dan ook 6 jaar lang wiskunde volgen.

In de onderbouw wordt de basis voor de wiskunde gelegd. Je leert rekenen met letters en formules, rekenen in ruimtefiguren en vlakke figuren en rekenen met procenten en kansen. In klas 1, 2 en 3 krijg je respectievelijk 4 , 3 en 3 lesuren wiskunde per week.

Voor klas 4 kun je kiezen uit twee richtingen: wiskunde A/C of wiskunde A/B. Zo verfijn je stapsgewijs je keuze en kies je voor klas 5 en 6 uiteindelijk voor wiskunde A, B of C. De échte fanaten kiezen naast wiskunde B bovendien wiskunde D.

Bij wiskunde A gaat het vooral om toepassingen in de statistiek, kansenberekeningen en werken met formules. Als je moeite hebt met wiskunde, dan biedt wiskunde C een uitkomst. De leerstof is namelijk gelijk aan die van wiskunde A, waarbij enkele onderwerpen zijn weggelaten. Wiskunde B is juist veel exacter: je leert het wat (kennis), hoe (vaardigheden) en waarom (toepassing) over eigenschappen van formules en hun grafieken. Daarnaast komt de vlakke meetkunde aan de orde, waarmee de logica wordt ingeleid. Wiskunde D is een eventuele aanvulling van wiskunde B en sluit uitstekend aan bij een technische studie aan een universiteit. Je zult bij wiskunde D werken met ruimtemeetkunde, complexe getallen, en kansrekening en statistiek.